Basisakkoorden op piano
Een akkoord bestaat uit noten die je tegelijk kunt spelen onder een melodie. Begin met C majeur (C-E-G), F majeur (F-A-C) en G majeur (G-B-D). Ze beginnen elk op een andere noot, maar gebruiken alleen witte toetsen. Voeg daarna A mineur toe en luister wat die nieuwe klank met je reeks doet.
- Begin met C, F en G
- Voeg A mineur toe
- Dezelfde noten in elk octaaf
Blijf oefenen
Noem C, F en G terwijl je ze speelt. Verander daarna alleen hun volgorde en luister hoe het einde anders voelt.
Met welke pianoakkoorden begin je?
C, F en G zijn een bruikbaar eerste groepje in de toonsoort C majeur. Speel C vier rustige tellen, dan F vier tellen en G vier tellen. Keer terug naar C. Vergelijk dat slot met stoppen op G: hoor je dat C meer als een eindpunt voelt?
Dit zijn oefenakkoorden, geen regel voor elk nummer. In een andere toonsoort speel je andere noten. Door voorlopig in C majeur te blijven, kun je je aandacht richten op het wisselen tussen de akkoorden.
Zijn grondtoon en drieklank nog nieuwe woorden? In Wat is een akkoord? bouw je er eerst een noot voor noot. Daarna kun je deze reeks proberen.
Waar vind je C, F en G op het klavier?
| Akkoordsymbool | Noten van laag naar hoog | Zo vind je ze |
|---|---|---|
| C | C-E-G | Begin op C en druk daarna E en G in |
| F | F-A-C | Begin op F, daarna A en de volgende C |
| G | G-B-D | Begin op G, daarna B en de volgende D |
Gebruik de knoppen hierboven om elk akkoord te horen en de noten te zien. Een losse hoofdletter als akkoordsymbool betekent majeur: F staat dus voor F majeur. Speel de noten tegelijk op een piano, of klik ze op het klavier in je browser afzonderlijk aan.
C en F hebben de noot C gemeen; C en G delen de G. Daardoor kun je bij een wisseling soms een vinger laten liggen. Je hoeft niet telkens je hele hand op te tillen.
Welke mineurakkoorden voeg je daarna toe?
A mineur bestaat uit A-C-E. Ook dit zijn witte toetsen, en C en E ken je al uit C majeur. Speel C-E-G en daarna A-C-E. Luister eerst naar het verschil, voordat je er een stemming aan probeert te koppelen.
D mineur is D-F-A en E mineur is E-G-B. Voeg die toe wanneer C, F, G en Am vertrouwd voelen. De kleine m in Am, Dm en Em betekent mineur; de hoofdletter ervoor blijft de grondtoon.
Met mineurakkoorden leer je hoe je ze vanaf elke grondtoon bouwt. Voor deze eerste oefening hoef je nog niet alle twaalf grondtonen te kennen.
Hoe wissel je zonder de draad kwijt te raken?
Speel elk akkoord eerst los en rustig. Zeg de naam terwijl je de toetsen indrukt. Probeer daarna C-F-G-C. Neem gerust een tel om je volgende greep te vinden; een gelijkmatige puls is belangrijker dan snelheid.
Speel vervolgens C-G-Am-F. Am laat je een mineurklank horen tussen de majeurakkoorden die je al kent. Speel ieder akkoord één keer en herhaal de reeks. Loopt één overgang stroef, oefen dan alleen die twee akkoorden.
Je kunt de noten ook anders ordenen. F-A-C en C-F-A bevatten precies dezelfde akkoordnoten. Zet je C onderaan het F-akkoord, dan blijft je hand dichter bij C majeur. Dat heet een omkering. Begin gerust met de eenvoudige vormen hierboven en gebruik omkeringen later voor soepele overgangen.
Oefen met vier akkoorden
Speel de drie akkoordnoten met je rechterhand. Tel hardop vier tellen per akkoord en houd het tempo rustig.
Speel, luister en herhaal
- Oefen één overgangGa van C naar F en terug totdat je de toetsen zonder zoeken vindt.
- Voeg G toeSpeel C-F-G-C. Luister vooral naar de stap van G terug naar C.
- Voeg A mineur toeSpeel C-G-Am-F en hoor wat het derde akkoord verandert.
- Kies zelf een volgordeGebruik dezelfde vier akkoorden en bepaal welk akkoord het einde wordt.
Alles over akkoorden
- Het add9-akkoord
- Arpeggio’s
- Basisakkoorden op piano
- Akkoordenkaart voor piano
- Het noneakkoord