akousia

Het dominantseptiemakkoord

Een dominantseptiemakkoord is een majeurdrieklank met een kleine septiem. C7 bevat C-E-G-Bes. De terts E en septiem Bes vormen samen een tritonus. Als C7 de dominant is, bewegen die tonen vaak met een halve toon naar het volgende akkoord.

  • 1-3-5-♭7
  • majeurdrieklank
  • tritonus tussen terts en septiem

Gerelateerde pagina’s

Begin meteenDruk op het driehoekje om te luisteren en op de naam om de uitleg te lezen.

Welke noten zitten in C7?

Gebruik de formule 1-3-5-♭7:

Het symbool is C7. Een losse 7 betekent een majeurdrieklank met een kleine septiem.

Waarom lost C7 vaak op?

Binnen C7 vormen E en Bes een tritonus.

Gaat C7 naar F majeur, dan stijgt E naar F en daalt Bes naar A. Beide stemmen bewegen één halve toon.

De grondtoon C gaat vaak een kwint omlaag of een kwart omhoog naar F. Samen maken die bewegingen een duidelijk dominant-tonicaslot.

Is C7 altijd een dominant?

Nee. ‘Dominantseptiem’ noemt de bouw van het akkoord; ‘dominantfunctie’ vertelt wat het in een reeks doet.

C7 is V7 in F majeur of F mineur. In een blues in C kan C7 juist het thuisakkoord zijn, ondanks dezelfde noten.

Luister dus ook naar de akkoorden eromheen voordat je de functie bepaalt.

Waar komt het voor in majeur?

Het diatonische dominantseptiemakkoord staat op de vijfde trap.

In F majeur is die trap C. Stapel de toonladdernoten C-E-G-Bes en je krijgt C7.

In C majeur is G7 de diatonische dominant: G-B-D-F. Naar C hoor je B-C en F-E bewegen.

Wat is een secundaire dominant?

Een secundaire dominant laat een akkoord binnen de toonsoort even als plaatselijk eindpunt voelen.

In C majeur bevat A7 de noot Cis, die buiten de toonladder ligt. A7 kan naar Dm leiden en heet dan V7/ii: de dominant van de tweede trap.

Cis stijgt naar D. De muziek blijft in C majeur zolang Dm niet langdurig een nieuwe tonica wordt.

Hoe werkt een septiemakkoord in de blues?

In een blues hebben I, IV en V vaak allemaal de bouw van een dominantseptiemakkoord.

In een blues in C kunnen dat C7, F7 en G7 zijn. Hun tertsen en septiemen mengen zich met de bluesmelodie. Ze gedragen zich niet allemaal als een klassieke dominant die per se een kwint omlaag moet oplossen.

Volg de vorm van de blues en de beweging van de stemmen.

Welke toonladders passen bij C7?

C mixolydisch bevat C-D-E-F-G-A-Bes en past bij het akkoord zonder alteraties.

De half-heelverminderde toonladder vanaf C biedt onder meer ♭9, ♯9, ♯11 en 13 rond C7. De altered-toonladder geeft andere spanningen en werkt vaak bij een sterke oplossing naar F.

Kies aan de hand van het precieze akkoordsymbool, de melodie en de functie. C7 vraagt niet altijd om dezelfde toonladder.

Wat verschilt er tussen C7, Cmaj7 en Cm7?

C7 is C-E-G-Bes.

Cmaj7 verhoogt Bes naar B. Cm7 verlaagt E naar Es.

Vergelijk vooral terts en septiem: E-Bes bij C7, E-B bij Cmaj7 en Es-Bes bij Cm7. Aan die twee noten herken je het verschil snel.

Welke omkeringen zijn er?

C7 heeft vier mogelijke basliggingen:

  • Grondligging: C-E-G-Bes
  • Eerste omkering: E-G-Bes-C
  • Tweede omkering: G-Bes-C-E
  • Derde omkering: Bes-C-E-G

Het blijft C7. Met een slashsymbool zoals C7/E leg je de basnoot vast.

Hoe verdeel je C7 over je instrument?

Laat E en Bes goed horen: zij bepalen de akkoordsoort en de belangrijkste beweging naar het volgende akkoord.

In een volle band kun je de gewone kwint G soms weglaten. Een bassist speelt misschien al C, zodat de pianist E-Bes met eventuele uitbreidingen kan gebruiken.

Zet de lage tonen niet te dicht op elkaar. Geef toegevoegde spanningen ruimte om als afzonderlijke lijnen hoorbaar te blijven.

Hoe oefen je C7?

Bouw C7, F7 en G7 met dezelfde formule.

Speel C7-F en zing eerst E-F, daarna Bes-A. Doe bij G7-C hetzelfde met B-C en F-E.

Houd C7 tot slot aan als blues-tonica en vergelijk die rol met C7 dat naar F oplost.

Alle dominantseptiemakkoorden

Verder ontdekken