De toonladder B majeur
B majeur loopt B-Cis-Dis-E-Fis-Gis-Ais-B. Vijf van de zeven verschillende tonen hebben een kruis. De witte toetsen B en E helpen je op de piano je plek te vinden.
- Noten: B-Cis-Dis-E-Fis-Gis-Ais
- Voortekening: vijf kruisen
- Relatieve mineur: Gis mineur
Waarom juist deze kruisen?
In majeur liggen de halve tonen tussen trap 3-4 en 7-8. Bij B majeur zijn dat Dis-E en Ais-B. Speel je D in plaats van Dis, dan verschuift de eerste halve toon naar Cis-D. Met A in plaats van Ais wordt de laatste stap naar B een hele toon. De spelling houdt bovendien van elke letter A tot en met G één versie in de toonladder.
De voortekening bevat F, C, G, D en A met een kruis. E majeur heeft de eerste vier; B majeur voegt Ais toe. Vergelijk beide ladders: E majeur gebruikt A, B majeur Ais.
Welke akkoorden kun je maken?
De zeven drieklanken zijn B, Cis mineur, Dis mineur, E, Fis majeur, Gis mineur en Ais verminderd. Speel B-E-Fis-B. Fis majeur bevat Fis-Ais-Cis. De Ais daarin ligt een halve toon onder B en kan bij de terugkeer naar B stijgen.
De relatieve mineur is Gis mineur. De voortekening heeft dezelfde vijf kruisen, maar Gis voelt als thuis. Vergelijk B-Dis-Fis boven B met Gis-B-Dis boven Gis.
Een korte piano-oefening
Speel de ladder in twee delen: B-Cis-Dis-E en Fis-Gis-Ais-B. Beide delen eindigen met een halve toon. Benoem de noot met kruis vóór elke landing op een witte toets.