Jazzimprovisatie
Bij jazzimprovisatie maak je tijdens het spelen frases uit de melodie, de akkoorden en wat de andere muzikanten doen. De akkoordwisselingen hoorbaar maken is een deel van die vaardigheid. Je kunt beginnen met één doelnoot per akkoord.
- ken de vorm
- verbind akkoordtonen
- luister tussen frases
Niveau
- Halfgevorderd
- Basiskennis van septiemakkoorden
Wat betekent de akkoorden volgen?
Boven Dm7 is F de terts. Bij de overgang naar G7 wordt dezelfde F de septiem. Ga bij Cmaj7 naar E en je volgt de harmonie met maar één kleine melodische beweging.
Een uitgebreidere frase kan die doelnoten van dichtbij benaderen, over de maatstreep lopen of de aankomst uitstellen. Akkoordtonen en doelnoten laat zien hoe. Jazz kent ook lange vamps, modale stukken en vrijere vormen. Ieder akkoord afzonderlijk uittekenen is voor veel standards nuttig, maar niet de enige manier om jazz te improviseren.
Maak een eerste lijn over Dm7-G7-Cmaj7
Neem per akkoord één maat van 4/4 in een prettig tempo. De korte speler geeft de akkoordvolgorde; tel voor de oefening vier tellen per maat.
| Akkoord | Eenvoudige frase | Waarom deze noten? |
|---|---|---|
| Dm7 | F op tel 1, A op tel 2, C op tel 3 | terts, kwint en septiem van Dm7 |
| G7 | B op tel 1, D op tel 2, F op tel 3 | terts, kwint en septiem van G7 |
| Cmaj7 | E op tel 1, houd aan | de septiem van G7 daalt naar de terts van Cmaj7 |
Laat tel 4 in de eerste twee maten leeg. Herhaal tot je F-E als slot hoort. Verander daarna het ritme, maar houd die aankomst.
Hoe leer je een compleet stuk?
- Luister naar de vormtel maten en markeer waar secties terugkomen of veranderen. Zoek bij AABA van 32 maten eerst de vier delen van acht maten.
- Leer melodie en grondtonenzing of speel de melodie en volg daarna de akkoordgrondtonen apart. Let op pauzes en overgangen.
- Kies een kort stukoefen één ii-V-I of een andere terugkerende wissel, ook met de maten ervoor en erna.
- Speel de hele vormhoud één volledige ronde vol, desnoods met eenvoudigere noten. Werk daarna aan de lastige overgang in plaats van telkens opnieuw bij het begin te starten.
Hoe gebruik je een frase uit een opname?
Kies een kort, duidelijk hoorbaar stukje. Zing het, zoek het op je instrument en speel mee met de opname. Let op het begin en einde van elke noot; alleen de toonhoogtes kopiëren mist veel van de klank.
Verander dan één ding. Houd het ritme en gebruik andere akkoordtonen, laat de eerste noten weg of kies een nieuw slot. Probeer de variant eerst boven dezelfde harmonie en transponeer pas later. Noteren kan helpen bij analyse; uit het hoofd zingen en spelen is een aparte vaardigheid.
Wat maakt dat het ritme bij de muziek past?
- Plaatsing
Begint de frase op een tel, net ervoor of tussen twee tellen? Speel een kort voorbeeld langzaam na.
- Articulatie
Hoor verbonden noten, korte eindes en accenten. Dezelfde noten kunnen daardoor anders voelen.
- Ruimte
Laat na je frase een gat en luister naar de begeleiding. Een drumaccent of akkoordantwoord kan je volgende inzet inspireren.
Moet iedere achtste swingen?
Nee. Jazz kan rechte achtsten hebben en swing. Volg de ritmische feel van het stuk en de spelers.
Bij swing hangt de verhouding tussen twee achtsten af van tempo, stijl en frase. Een vast lang-kortpatroon is hoogstens een eerste oefening. Vergelijk een kleine frase direct met een opname en neem ook accenten en nootlengtes over.
Hoe oefen je zonder in theorie te verdwalen?
Kies per opname één doel. Speel een ronde met eenvoudige noten en blijf in de vorm. Verbind in de volgende ronde twee doelnoten soepel bij een lastige wissel. Speel daarna vrijer en luister of juist die overgang beter gaat.
Zonder begeleiding opnemen laat horen of je aankomsten duidelijk zijn, maar luister ook mét de begeleiding. Een solo hoeft niet alle akkoordinformatie alleen te dragen.