akousia

Beginnen met improviseren

Improviseren is tijdens het spelen beslissen welke noot volgt. Je kunt al beginnen met drie noten en een vaste tel: speel een korte frase, laat een stilte vallen en geef jezelf antwoord. Voor je eerste idee hoef je niet bij elk akkoord een nieuwe toonladder te kennen.

  • 3 startnoten
  • oefening van 4 maten
  • ritme vóór snelheid

Welk niveau?

  • Beginner
  • Elk instrument
  • Begin zonder begeleiding
Ontdek je eerste drie notenminor-pentatonic
C4C5

Wat kun je als eerste spelen?

Probeer C, Es en G. Samen vormen ze een C-mineurakkoord en ze horen ook bij C mineur pentatonisch. Speel ze eerst zonder begeleiding; dan kun je je op je frase richten.

Tel vier regelmatige tellen per maat. Speel C op tel 1, Es op tel 2 en G op tel 3. Laat tel 4 stil. Dat is al een idee van één maat. Herhaal het en eindig de tweede keer op C. Je hebt nu zelf gekozen hoe de frase afsluit.

Tik de puls met je voet of gebruik een metronoom op een prettig tempo. Een begeleiding vraagt ook dat je de akkoorden bijhoudt. Voeg die pas toe wanneer je vier maten kunt spelen zonder de tel kwijt te raken.

Maak vier maten uit één idee

  1. Speel je eerste ideeneem in maat 1 C, Es en G op tel 1, 2 en 3. Laat tel 4 leeg.
  2. Herhaal hetspeel dezelfde maat nog eens en hoor het herkenbare ritme.
  3. Verander het antwoordspeel in maat 3 C, Es en C met hetzelfde ritme. Speel in maat 4 één C op tel 1 en laat die uitklinken. Stop aan het einde van de maat.

Hoe maak je met dezelfde noten toch iets nieuws?

  • Begin later

    Wacht tot tel 2 voor je inzet. De stilte wordt deel van je frase en je hebt minder ruimte om te vullen.

  • Verander de duur

    Speel twee korte noten en daarna één lange. Tel door terwijl die laatste klinkt.

  • Verander het slot

    Eindig de ene keer op C en de volgende keer op G. Boven C mineur zijn het allebei akkoordtonen, maar C benadrukt de grondtoon sterker.

Waarom helpt herhaling?

Als je C-Es-G herhaalt, geef je de luisteraar iets om te herkennen. Verander daarna alleen de slotnoot en het verschil valt meteen op. Met telkens een nieuw ritme én nieuwe tonen is die samenhang moeilijker te horen.

Herhaling maakt het spelen zelf ook makkelijker: je hoeft minder beslissingen tegelijk te nemen. Houd een idee twee of drie frases vast voordat je iets nieuws kiest. Een langere stilte of sterker accent kan al genoeg variatie geven.

Wat doe je als een noot vreemd klinkt?

Blijf de tel volgen en luister naar het volgende moment. Je kunt één stap verdergaan, terugkeren naar een vertrouwde noot of een stilte laten. Begin de oefening niet na elk ongemakkelijk moment opnieuw.

C, Es en G zijn een goede start boven C mineur, maar niet boven elke begeleiding. Es klinkt bijvoorbeeld anders tegen C majeur met een E. Zodra de akkoorden wisselen, helpen akkoordtonen en doelnoten je bewust te kiezen waar je landt.

Wanneer voeg je meer noten toe?

Voeg F en Bes toe zodra je met C, Es en G verschillende frases kunt maken. Dan heb je de vijf tonen van C mineur pentatonisch. Gebruik F bijvoorbeeld tussen Es en G, in plaats van meteen de hele toonladder op en neer te spelen.

Blijf nog even bij vier maten. Meer noten geven je extra mogelijkheden, maar de stiltes die de frase duidelijk maken mogen blijven.

Oefen twee minuten

Maak de eerste minuut ritmes met alleen C. Voeg in de tweede minuut Es en G toe. Neem jezelf op als dat kan en luister welke frase je nog eens wilt spelen.

Begin de volgende keer met die frase. Improviseren leer je ook door iets wat goed werkte te onthouden en verder te ontwikkelen.

Verder ontdekken

Alles over spelen en improviseren

Open spelen en improviseren