Intervallen op gehoor
Je hoort twee tonen en benoemt hun afstand. Kies zelf welke intervallen langskomen en of de tonen stijgen, dalen of tegelijk klinken. Zo oefen je precies wat je nog moeilijk vindt, zonder eerst een vast niveau te moeten doorlopen.
- dertien intervallen, jij kiest
- stijgend, dalend of tegelijk
- antwoord met een naam of op de toetsen
Lees eerst
Je hoort twee tonen en benoemt de afstand ertussen. Kies welke intervallen je wilt oefenen en begin.
Wat vraagt de oefening?
Twee tonen klinken en jij benoemt hun onderlinge afstand. Veel melodieën en akkoorden zijn uit zulke afstanden opgebouwd. Daarom is dit een nuttige basis voor verder luisteren.
Welke intervallen kun je kiezen?
Binnen één octaaf zijn er dertien afstanden als je de prime en het octaaf meetelt. Jij kiest welke voorbijkomen. Begin met vijf goed verschillende intervallen en voeg nabije buren toe zodra je die vijf makkelijk herkent. Meteen alle dertien oefenen wordt vaak gokken in plaats van leren.
In welke richting klinken ze?
Stijgend, dalend of met beide noten tegelijk. Zet je meerdere richtingen aan, dan komen ze door elkaar. Dat is lastiger en lijkt meer op hoe je intervallen in muziek tegenkomt.
Hoe geef je antwoord?
Kies de intervalnaam uit een lijst of speel zelf de tweede toon op het keyboard. Je krijgt één vraag per scherm. Bij elk antwoord staat ook de afstand in halve tonen.
Wanneer eindigt een ronde?
Na tien vragen, twintig vragen of helemaal niet. Tien vragen duren ongeveer twee minuten. Twee minuten per dag helpen vaak meer dan een lange sessie af en toe.
Wat gebeurt er bij een fout antwoord?
Je hoort het interval opnieuw en krijgt nog één poging; je eerste keuze valt weg. Kies je opnieuw verkeerd, dan laat het keyboard eerst jouw antwoord en daarna het juiste horen. Zo hoor je het verschil in plaats van alleen de namen te lezen.
Verder ontdekken
Alles over gehoortraining
- Intervallen op gehoor
- Akkoordsoorten op gehoor
- Toonladders op gehoor herkennen
- Vind de tonica