akousia

Wat is een interval?

Een interval is de afstand tussen twee tonen. De toonletters bepalen het nummer; het aantal halve tonen bepaalt de precieze grootte. C-E en F-A zijn allebei tertsen, ook al beginnen ze op een andere noot. Ga hieronder zelf aan de slag in de interactieve les.

Les 2 van 20 · Interactief

Meet zelf een afstand

15 stappen

Een interval is een afstand die je kunt tellen.

Dertien stappen: je telt zelf de toetsen, drukt op je eindpunt en hoort hoe die afstand klinkt.

Nog geen afstandéén noot op zichzelf heeft geen afstand
C3C4C5
Terugblik

Dit heb je geleerd

  1. Afstand, geen aantal noten

    Tel de halve tonen

    Tel iedere toets tussen begin en eind, zwarte toetsen inbegrepen. Zeven halve tonen is een reine kwint.

    C → G = 7
  2. Afstand, geen aantal noten

    Dezelfde afstand, ander begin

    Begin op F en tel opnieuw zeven halve tonen: weer een reine kwint.

    F → C = 7
  3. Tel de halve tonen

    Eén toets verandert de kleur

    Vier halve tonen geeft een grote terts; drie een kleine terts.

    C-E = 4 · C-Es = 3
  4. Nummer en soort

    Het nummer telt letters

    C-D-E telt drie letters. C-E en C-Es zijn dus allebei tertsen.

    C-D-E = terts
  5. Allemaal

    Dertien afstanden in een octaaf

    Van nul tot twaalf halve tonen heeft elke afstand een naam.

    0 … 12 halve tonen
  6. Handig om te weten

    Draai het om

    Verplaats de onderste noot omhoog: een terts wordt een sext. Samen tellen de nummers op tot negen.

    terts ↔ sext
Ontdek meer

Hoe ga je verder?

Volledige uitleg

Alle onderdelen van de les, uitgebreid uitgelegd

Open een vraag voor het volledige antwoord.

Wat betekent het nummer?

Tel de begin- en eindletter allebei mee. C-D-E omvat drie toonletters, dus elk interval van C naar een E is een terts. C-D-E-F-G omvat er vijf: C-G is een kwint.

Een kruis of mol verandert dat nummer niet. C-Es blijft een terts, omdat Es nog steeds een E is.

Wat betekenen groot, klein en rein?

De soort vertelt je de precieze afstand. C-E is vier halve tonen: een grote terts. C-Es is drie halve tonen: een kleine terts.

Prime, kwart, kwint en octaaf horen bij de reine intervallen. Secunde, terts, sext en septiem horen bij de grote en kleine intervallen. Verbreed je een interval, dan kan het overmatig worden; verklein je het, dan kan het verminderd worden.

Houd nummer en soort uit elkaar

Nummer. Tel de geschreven toonletters van begin tot eind, beide inbegrepen.

Soort. Tel de halve tonen en vergelijk de afstand met de gebruikelijke grootte van dat interval.

Klank. Speel de tonen na elkaar als melodisch interval of tegelijk als harmonisch interval. De naam verandert daardoor niet.

Welke intervallen passen binnen een octaaf?

Halve tonenGebruikelijke naamVanaf C
0reine primeC-C
1kleine secundeC-Des
2grote secundeC-D
3kleine tertsC-Es
4grote tertsC-E
5reine kwartC-F
6tritonusC-Fis of C-Ges
7reine kwintC-G
8kleine sextC-As
9grote sextC-A
10kleine septiemC-Bes
11grote septiemC-B
12rein octaafC naar de volgende C

Dezelfde pianotoets kan verschillende namen hebben. C-Fis is een overmatige kwart; C-Ges is een verminderde kwint. Ze klinken op een gelijkzwevende piano even ver uit elkaar, maar worden anders genoteerd en gebruikt.

Wat gebeurt er als je een interval omkeert?

Verplaats de onderste toon een octaaf omhoog: je keert het interval om. De twee nummers tellen op tot negen. Een terts wordt een sext, een secunde een septiem en een kwart een kwint.

Groot wordt klein, klein wordt groot, overmatig wordt verminderd en rein blijft rein. C omhoog naar E is een grote terts; E omhoog naar de volgende C is een kleine sext.

Wat is een samengesteld interval?

Bij een afstand groter dan een octaaf telt het nummer door. Een none is een octaaf plus een secunde, een undecime is een octaaf plus een kwart en een tredecime is een octaaf plus een sext.

Akkoordsymbolen gebruiken vaak die grotere namen. De toonklasse kan hetzelfde zijn als bij een eenvoudiger interval, maar de ligging van de tonen maakt verschil in de klank.

Benoem een interval zonder te gokken

  • 1. Negeer eerst kruisen en mollen - tel de toonletters voor het nummer.
  • 2. Tel de halve tonen - meet de precieze afstand op de toetsen.
  • 3. Bepaal de soort - groot, klein, rein, overmatig of verminderd.
  • 4. Speel het - luister na elkaar en tegelijk.
  • 5. Begin op een andere noot - bouw hetzelfde interval opnieuw op.