Imitatie, canon en fuga
Imitatie begint als één stem een muzikaal idee speelt en een andere stem het later overneemt. In een ronde keert de hele melodie terug, een canon volgt een vaste regel en een fuga wisselt imiterende inzetten af met vrijere ontwikkeling.
- één idee, meerdere inzetten
- vertraging geeft overlap
- de vormen verschillen in strengheid
Wat is imitatie?
Eén stem speelt een herkenbaar motief of een korte frase. Een tweede stem zet later in met dezelfde melodische vorm, op dezelfde toonhoogte of getransponeerd. Door de vertraging speelt de eerste stem nog door als de tweede begint. Het idee moet dus werken als zelfstandige melodie én als begeleiding van zichzelf.
Wat is het verschil tussen een ronde, canon en fuga?
- Ronde
Elke stem zingt na een vaste wachttijd dezelfde volledige melodie vanaf dezelfde toon. Dat kan eindeloos doorgaan.
- Canon
Een stem volgt een andere volgens een regel. Dat kan op een ander interval, gespiegeld, achterstevoren of in een ander tempo.
- Fuga
Stemmen zetten na elkaar in met een thema en antwoord. Daarna volgen vrijere contrapuntische passages en keren thema-inzetten terug.
- Vrije imitatie
Een motief komt herkenbaar terug, zonder dat het hele stuk één strenge vorm volgt.
Wat gebeurt er aan het begin van een fuga?
De eerste stem speelt het thema alleen. Daarna zet een tweede stem in met het antwoord, meestal ongeveer op dominantniveau, terwijl de eerste stem doorgaat.
Die doorgaande lijn kan een terugkerend contrathema worden. Vervolgens voegen meer stemmen zich met thema of antwoord bij het geheel.
Een reëel antwoord transponeert het thema precies. Een tonaal antwoord past een of meer intervallen aan, zodat de muziek niet te vroeg van de tonica wegdrijft.
Wat is een tussenspel?
Een tussenspel staat tussen volledige inzetten van het thema. Vaak wordt een fragment ervan bewerkt in een sequens, omkering of uitwisseling tussen stemmen. Zo kan de harmonie bewegen en de klank veranderen voordat het thema terugkomt. Het thema blijft de herkenbare kern, ook wanneer je het even niet hoort.
Hoe kan een motief veranderen?
| Techniek | Wat verandert? |
|---|---|
| Transpositie | elke toon verschuift met hetzelfde interval |
| Omkering | stijgende intervallen worden dalende intervallen |
| Augmentatie | nootwaarden worden langer |
| Diminutie | nootwaarden worden korter |
| Stretto | een nieuwe inzet begint voordat de vorige is afgelopen |
Er moet genoeg van het ritme en de melodische vorm overblijven om het oorspronkelijke idee te herkennen.
Hoe volg je meerdere stemmen tegelijk?
- Leer het beginthema kennenzing het ritme en de eerste intervallen.
- Herken elke duidelijke inzetlet op stem, toonhoogte en moment.
- Volg één stem door de overlapspring niet meteen naar de nieuwste inzet.
- Onderscheid inzetten van tussenspelenhoor je het volledige thema of alleen fragmenten?
Hoe schrijf je eenvoudige imitatie?
Schrijf een melodie van twee maten met een duidelijk ritme en vooral stapsgewijze beweging. Laat een tweede stem één maat later inzetten. Pas het vervolg van de eerste stem aan totdat beide lijnen zingbaar blijven en de sterke tellen goed samenklinken. Probeer verschillende vertragingen en inzettonen. Een goed thema vormt niet automatisch een goede canon: de overlap beslist.