Jazz
Jazz omvat meerdere tradities met gedeeld repertoire, ritmisch gevoel, improvisatie en samenspel. Septiemakkoorden en ii-V-I-bewegingen komen vaak voor. De stijl zit net zo goed in frasering, timing, aanslag en hoe spelers op elkaar reageren.
- de vorm delen
- improvisatie verandert wat erop gebeurt
- swing speel je samen
Waar kom je dit tegen?
- Jazzstandards
- Combo’s
- Improvisatie
- Arrangementen
Wat deelt het ensemble?
Een leadsheet kan melodie, akkoordsymbolen en vorm aangeven. De groep spreekt de melodie en de volgorde van de delen af. Tijdens het spelen ontstaan liggingen, begeleiding, fills en solo's.
Vaak hoor je eerst de melodie, dan geïmproviseerde solo's over dezelfde vorm en ten slotte opnieuw de melodie. De vorm blijft als routekaart bestaan terwijl wat je erop speelt verandert.
Waarom zijn septiemakkoorden zo gebruikelijk?
In jazz is de septiem vaak een basiskleur van het akkoord. Toevoegingen als none, undecime en tredecime geven meer kleur; alteraties vergroten de spanning van een dominantakkoord.
Je hoeft niet alle mogelijke noten tegelijk te spelen. Kies een bas, de bepalende terts en septiem en één of twee extra kleuren die bij de melodie en het register passen.
Hoe werkt een ii-V-I?
| Akkoord | Functie | Let op de stemmen in C |
|---|---|---|
| Dm7 | voorbereiding | F en C bereiden de dominant voor |
| G7 | dominant | B en F vormen de tritonus tussen terts en septiem |
| Cmaj7 | tonica | B kan blijven liggen; F lost op naar E |
Speel alleen de terts en septiem van elk akkoord. Ook zonder volledige akkoorden in grondligging blijft de harmonische route hoorbaar.
Wat is swing?
Bij swing spelen ongelijke onderverdeling, accenten, aanslag en onderlinge reactie samen. De verhouding tussen lange en korte achtsten verschilt per tempo en speler. Eén percentage kan het ritmische gevoel dus niet vastleggen.
Luister tegelijk naar het ridebekken, de lopende bas en de akkoordbegeleiding. Elke partij kan de timing nét anders plaatsen terwijl de groep één puls vasthoudt.
Hoe begin je met improviseren?
- Zing de melodieken haar voordat je haar vervangt.
- Speel terts en septiemvolg die bepalende tonen door de akkoorden.
- Beperk je sologebruik één ritmisch idee over vier maten.
- Laat ruimtehoor wat de ritmesectie teruggeeft.
- Keer terug naar de melodieverbind het einde van je solo met het lied.