Het F-majeurakkoord
F majeur bestaat uit F-A-C. In F majeur voelt dit akkoord als thuiskomen. In Bes majeur kan hetzelfde akkoord juist naar Bes toe leiden. Speel beide situaties en luister hoe de omgeving de betekenis verandert.
- Noten: F-A-C
- Symbool: F
- Thuisakkoord in F majeur
- Leidt naar Bes
F
Zo speel je Het F-majeurakkoord
Noten: F - A - CF
Grondligging
F - A - CEerste omkering
A - C - FTweede omkering
C - F - A
Welke rol kan F majeur spelen?
De drie noten komen uit de F-majeurtoonladder. In F majeur is dit het thuisakkoord, maar in een andere toonsoort kan het een andere functie krijgen. Speel de rolkaarten en luister naar het akkoord ervoor en erna. Lees bij diatonische akkoorden hoe de genummerde functies werken.
- ThuisI
Een nummer in F majeur keert steeds naar dit akkoord terug.
BbCFI - SpanningV
Dit akkoord wil terug naar Bb: A ligt een halve toon onder Bes en trekt daar naartoe.
BbEbFVBb - Een stap van huisIV
Een warme stap weg van C, zachter dan de V die erop volgt.
CFIVGC - Dominant in mineurV
In harmonisch mineur stijgt de terts naar A. Daardoor klinkt het slot op Bbm echt afgerond.
BbmEbmFVBbm
Probeer deze akkoordprogressies
- FBbCF
I-IV-V-I vertrekt vanuit F majeur en keert na de dominant terug naar het thuisakkoord.
- FCDmBb
In de I-V-vi-IV-lus brengt het mineurakkoord een andere kleur voordat de reeks opnieuw begint.
- BbEbFBb
Hier is F de V van Bes majeur. Luister hoe de laatste wisseling landt.
- BbmEbmFBbm
Dezelfde majeurklank kan ook de dominant van Bes mineur zijn. Hoor wat hij met het slotakkoord doet.
Welke greep kun je spelen?
Op gitaar kun je 133211 spelen. Begin op de 1e fret. Dit is een barrégreep; druk de snaren onder je wijsvinger gelijkmatig in. Met x87565 speel je het akkoord op een andere plek van de hals.
Op ukelele kun je 2010 spelen. Daarin klinken ook open snaren mee. Met 5558 verplaats je de klank naar een ander register.
Op piano kun je F-A-C spelen. Kom je uit een naburig akkoord, probeer dan de eerste omkering A-C-F. Zo blijven de noten dichter bij hun vorige plek.
Welke omkeringen zijn er?
F geeft het akkoord zijn naam. A is de grote terts en C de reine kwint.
- Grondligging: F-A-C, met F onderaan.
- Eerste omkering: A-C-F, met A onderaan. Schrijf F/A als A de laagste toon van het hele arrangement is.
- Tweede omkering: C-F-A, met C onderaan. Schrijf F/C als C de laagste toon van het hele arrangement is.
Een basgitaar kan de werkelijke laagste toon veranderen, ook als je rechterhand dezelfde greep speelt. Bij akkoorden omkeren lees je waarom dat verschil telt.
Wat verandert er tussen F majeur en mineur?
Houd F en C vast, maar verlaag de terts van A naar As. Zo wordt F het mineurakkoord Fm. Speel ze vlak na elkaar: de terts draagt het verschil. Bekijk ook F minor.
F
F - A - CFm
F - Ab - C