Voortekens bij noten
Een voorteken direct vóór een noot verandert haar toonhoogte. Een kruis verhoogt die noot één halve toon, een mol verlaagt haar één en een herstellingsteken heft een kruis of mol op voor de genoemde noot.
- kruis: halve toon omhoog
- mol: halve toon omlaag
- herstelteken: terug
Wat betekenen de tekens?
♯ is een kruis, ♭ een mol en ♮ een herstellingsteken. Een dubbelkruis verhoogt twee halve tonen; een dubbelmol verlaagt twee. De naam blijft bij de letter op de notenbalk. Eis gebruikt op de moderne gelijkzwevende piano de F-toets en Ces de B-toets. De schrijfwijze vertelt wat de noot doet, niet alleen waar je vinger landt.
Hoe lang geldt een los voorteken?
In moderne notatie geldt een los voorteken gewoonlijk voor die letternaam in hetzelfde octaaf tot het einde van de maat. Na de maatstreep geldt de vaste voortekening weer, tenzij er een nieuw teken staat. Heeft de toonsoort Fis, dan verandert een losse F♮ ook latere F-noten op dezelfde balkhoogte in die maat. In de volgende maat keert Fis terug.
Een overbinding over de maatstreep houdt de veranderde toonhoogte vast voor die aangehouden noot. Een later opnieuw aangeslagen F in de nieuwe maat volgt de vaste voortekening. Een herhalingsvoorteken, soms tussen haakjes, kan je na zo’n wissel helpen herinneren wat geldt.
Is de vaste voortekening ook een los voorteken?
Nee. De vaste voortekening staat na de sleutel en geldt normaal door het stuk heen, in alle octaven, tot zij verandert. Een toevallig voorteken staat naast één noot en overschrijft tijdelijk die standaard. Lees eerst de vaste voortekening en kijk daarna vlak vóór de noot.
Oefen de regel, niet alleen het symbool
Stel je één maat voor met Fis, nog een F op dezelfde hoogte en na de maatstreep een nieuwe F. Zeg vóór het spelen wat je hoort: Fis, Fis en daarna wat de vaste voortekening voorschrijft. Herhaal met een losse F♮ in een toonsoort met Fis. Noten lezen plaatst voortekens in het hele leesproces.