Noten benoemen
Elke noot klinkt zodra je haar naam kiest. Daardoor leer je de plek op de notenbalk en de toon tegelijk. Je oefent niet alleen een plaatje en een letter, maar verbindt het teken meteen met geluid.
- drie niveaus
- beide sleutels
- iedere noot klinkt
lees eerst
Er verschijnt een noot op de notenbalk. Benoem hem en je hoort hem meteen, zodat je de plek op de balk en de klank tegelijk leert kennen.
Wat moet je doen?
Je ziet een noot op de notenbalk en kiest haar naam. Na je antwoord hoor je de toon. Dat is belangrijk: noten lezen verbindt een plaats op papier met een klank. Oefen je zonder geluid, dan leer je maar een deel.
Welke vragen krijg je?
Er zijn drie niveaus die op elkaar voortbouwen. Als beginner oefen je de noten rond de vijf lijnen. Op gemiddeld niveau komen hulplijnen vlak erboven en eronder bij. Gevorderd voegt kruisen en mollen toe. Je kunt hulplijnen en voortekens ook apart aanzetten. Zo oefen je eerst de kruisen als de hulplijnen nog lastig zijn. Viool- en bassleutel kun je afzonderlijk of door elkaar oefenen.
Hoe geef je antwoord?
Met knoppen voor de nootnamen. Je ziet steeds één noot. Probeer na een tijdje vlot te antwoorden in plaats van iedere plek opnieuw uit te tellen. Zet je de zwarte toetsen aan, dan zijn er twaalf knoppen in plaats van zeven. Een zwarte toets heeft beide namen: Fis en Ges staan op dezelfde knop. Na je antwoord zie je welke schrijfwijze op de notenbalk stond.
Wanneer stopt een ronde?
Je stopt wanneer je wilt, of kiest vooraf tien of twintig vragen en krijgt daarna een score. Kort en vaak oefenen werkt hier goed.
Wat gebeurt er als je mis zit?
Je hoort de noot en ziet haar naam. Mis je steeds hetzelfde gebied, oefen dan die hulplijnen apart. Struikel je vooral over kruisen en mollen? Zet ze even uit. Leer eerst de plek op de notenbalk en voeg daarna het voorteken toe.
Verder ontdekken
Alles over noten lezen oefenen
- Noten benoemen