Synthese
Met synthese maak je geluid door een signaal op te wekken en te vormen. In een eenvoudige subtractieve synthesizer levert de oscillator de begintoon, verandert een filter de verdeling van frequenties en bepaalt een envelope hoe de klank door de tijd beweegt. Als je die taken kent, kun je gericht aan een patch draaien.
- Kies een bron
- vorm het spectrum
- bepaal de beweging
Waar kom je dit tegen?
- Synthesizers
- Elektronische productie
- Sounddesign
Wat verandert er als je een andere golfvorm kiest?
Een ideale sinusgolf heeft één frequentie. Een zaagtand heeft naast de grondtoon een reeks boventonen en klinkt daardoor vaak helderder. Blok- en driehoeksgolven hebben weer een andere verdeling van boventonen, ook als je dezelfde noot speelt.
De golfvorm levert het materiaal voor de rest van de patch. Een filter kan aan een rijke zaagtand meer boventonen veranderen dan aan een sinus. Kies dus bewust een bron voordat je modulatie toevoegt.
Wat doen de drie belangrijkste onderdelen?
- Oscillator
Maakt het beginsignaal. De toonhoogte en golfvorm bepalen de startnoot en de samenstelling van het geluid.
- Filter
Verandert de balans tussen frequenties. Als je de afsnijfrequentie van een laagdoorlaatfilter verlaagt, worden hoge frequenties zwakker.
- Amplitude-envelope
Vormt het volume van de eerste inzet tot na het loslaten van de toets. Daarmee kan dezelfde bron als een korte pluk of een aangehouden klank voelen.
Wat betekent ADSR?
Een veelgebruikte envelope heeft vier fasen. Ze kunnen het volume sturen, maar ook bijvoorbeeld de afsnijfrequentie van het filter.
| Fase | Wat wordt geregeld | Vergelijk dit |
|---|---|---|
| Attack | Tijd van beginvolume naar piek | Directe inzet of geleidelijk aanzwellen |
| Decay | Tijd van piek naar sustainniveau | Snelle terugval of langzamer uitzakken |
| Sustain | Niveau zolang de toets ingedrukt blijft | Zwakke restklank of stevig aangehouden toon |
| Release | Tijd na het loslaten tot stilte | Kort afkappen of een uitlopende staart |
Sustain is een niveau, geen tijdsduur. Bij Sounddesign gebruik je deze vormen in echte klanken.
Bouw een eenvoudige plukklank
- Begin met één oscillatorKies een zaagtand en een eenvoudige basispatch. Zet extra lagen uit, zodat je elke verandering hoort.
- Maak de volumecurve kortKies een snelle attack, korte decay, laag sustainniveau en korte release. Houd een toets vast en hoor hoe de toon wegsterft.
- Vorm de helderheidVerlaag de afsnijfrequentie van het laagdoorlaatfilter. Geef eventueel alleen het begin extra helderheid met een korte filter-envelope.
- Test in een muzikale zinSpeel korte noten in het beoogde tempo. Pas de release aan als opeenvolgende noten te veel overlappen.
Wat is het verschil tussen een LFO en een envelope?
Een envelope volgt meestal één vorm per gespeelde noot: ze begint bij de inzet en loopt door haar fasen. Een LFO, een laagfrequente oscillator, levert herhalende beweging.
Laat een envelope het filter aan het begin van elke noot openen. Laat daarna een langzame LFO hetzelfde filter tijdens één aangehouden noot steeds openen en sluiten. De bestemming is gelijk, het bewegingspatroon niet.
Welke manieren van synthese zijn er?
| Methode | Basisidee | Probeer deze klank |
|---|---|---|
| Subtractief | Filter een bron met veel boventonen | Een pluk of aangehouden toon waarvan de helderheid verandert |
| Additief | Voeg afzonderlijke frequentiecomponenten samen | Een toon waarvan de boventonen onafhankelijk bewegen |
| FM | Laat een oscillator een andere op audiosnelheid beïnvloeden | Een toon die met sterkere modulatie helderder of metaalachtiger wordt |
| Wavetable | Lees opgeslagen golfvormen en beweeg ertussen | Een aangehouden noot met veranderend spectrum |
| Granulair | Rangschik zeer korte geluidsstukjes opnieuw | Een uitgerekte of verspreide textuur |
Veel instrumenten combineren methoden. Een wavetable-oscillator kan door een subtractief filter gaan; een sample kan bron voor granulaire bewerking zijn. Kies wat je controle geeft over de klank die je zoekt.
Aan welke knop draai je eerst?
Beschrijf eerst wat je hoort. Is de inzet te traag, kijk naar de volume-attack. Is de hele noot te fel, kijk naar bron en filter. Klinkt hij na het loslaten te lang door, controleer de release én een eventuele effectstaart.
Verander één instelling en speel dezelfde frase opnieuw. Zo leer je meer dan door vier knoppen te draaien voordat je luistert.