akousia

Het Daug-akkoord

Daug bestaat uit D-Fis-Ais: twee grote tertsen boven elkaar. De kwint Ais ligt een halve toon hoger dan in een gewoon majeurakkoord. Daardoor klinkt de drieklank alsof hij nog verder wil.

  • Noten: D-Fis-Ais
  • Symbool: Daug
  • Vaug in G majeur
  • Verhoogde kwint
Kies een ander akkoordDaug

Zo speel je Het Daug-akkoord

Noten: D - F# - A# · symbool Daug

  • Grondligging

    D - F# - A#
    C4C5
    Rechterhand 1-3-5 · Linkerhand 5-3-1
  • Eerste omkering

    F# - A# - D
    C4C5
    Rechterhand 1-2-5 · Linkerhand 5-3-1
  • Tweede omkering

    A# - D - F#
    C4C5
    Rechterhand 1-3-5 · Linkerhand 5-2-1

Welke rol kan Daug spelen?

In G majeur kan Daug als overmatige dominant extra sterk naar het thuisakkoord trekken. Speel de rolkaarten en luister naar het akkoord ervoor en erna. Lees bij diatonische akkoorden hoe de genummerde functies werken.

  • In G majeurEen dominante duw
    V+

    Verhoog de kwint naar Ais. Die toon stijgt daarna rechtstreeks naar de terts van G.

    GIDaugV+GI
  • In D majeurStijgende lijn
    I+

    De kwint stijgt telkens een halve toon: een bekende weg van D naar G.

    DIDaugI+D6I6GIV

Probeer deze akkoordprogressies

  • GDaugG

    De verhoogde kwint in Daug versterkt de spanning vlak voor de laatste tonica.

  • DDaugD6G

    Luister naar de stijgende binnenstem: eerst majeur, dan overmatig, daarna een sextakkoord voordat de harmonie verschuift.

Welke greep kun je spelen?

Op gitaar kun je xx0332 spelen. Laat de open snaren klinken en sla snaren met een x niet aan. Met x54336 speel je het akkoord op een andere plek van de hals.

Op ukelele kun je 3225 spelen. Begin op de 2e fret. Met 7669 verplaats je de klank naar een ander register.

Op piano speel je D-Fis-Ais. Verplaats D een octaaf omhoog en je krijgt de eerste omkering: Fis-Ais-D. De akkoordtonen blijven gelijk; alleen de onderste noot verandert.

Welke omkeringen zijn er?

D is de grondtoon, Fis de grote terts en Ais de verhoogde kwint, acht halve tonen boven de grondtoon.

  • Grondligging: D-Fis-Ais, met D onderaan.
  • Eerste omkering: Fis-Ais-D, met Fis onderaan. Schrijf Daug/F# als Fis de laagste toon van het hele arrangement is.
  • Tweede omkering: Ais-D-Fis, met Ais onderaan. Schrijf Daug/A# als Ais de laagste toon van het hele arrangement is.

Een slashakkoord noemt de toon in de bas, niet alleen de laagste noot onder één hand. Lees meer over akkoorden omkeren.

Wat is het verschil tussen Daug en D?

Houd D en Fis vast. Verlaag alleen de kwint van Ais naar A: je hoort nu D majeur. Speel beide akkoorden afwisselend en let op die ene noot. Bekijk ook D.

  • Daug

    D - F# - A#
    C4

    D overmatig

  • D

    D - F# - A
    C4

    D majeur

Probeer een ander akkoord