Het Bm-akkoord
Bm bestaat uit B-D-Fis. De kleine terts D maakt de drieklank mineur. In B mineur kan hij het thuisakkoord zijn; in de relatieve majeurtoonsoort krijgt dezelfde klank een andere rol.
- Noten: B-D-Fis
- Symbool: Bm
- i in B mineur
- Kleine terts
Bm
Zo speel je Het Bm-akkoord
Noten: B - D - F#Bm
Grondligging
B - D - F#Eerste omkering
D - F# - BTweede omkering
F# - B - D
Welke rol kan Bm spelen?
De noten komen uit de B-mineurtoonladder. In die toonsoort kan Bm het thuisakkoord zijn. Speel de rolkaarten en luister naar de akkoorden eromheen. Bij diatonische akkoorden lees je meer over deze functies.
- Thuisi
Het rustpunt van B mineur. De majeur-V ervoor maakt de terugkeer overtuigend.
BmEmF#Bmi - Parallel mineurvi
Dezelfde tonen als D majeur, met een ander, donkerder centrum. De vi van talloze popsongs.
DBmviGA - Het begin van ii-V-Iii
De eerste stap van een veelgebruikte jazzbeweging richting A.
BmiiEA - Een zachte vervangeriii
Het deelt twee tonen met G en kan de I vervangen zonder ver van huis te gaan.
GBmiiiCD
Probeer deze akkoordprogressies
- BmEmF#Bm
De majeur-V trekt duidelijk terug naar Bm, het mineurakkoord op de eerste trap.
- BmGDA
De ♭VI en ♭VII laten de lus doorgaan zonder een sterke V-i-oplossing.
- DBmGA
Hier is Bm de vi in de relatieve majeurtoonsoort: een stap weg van het majeur-thuisakkoord.
- BmEA
Bm begint hier een ii-V-I in een andere majeurtoonsoort. Volg de bas naar het slotakkoord.
Welke greep kun je spelen?
Op gitaar kun je x24432 spelen. Begin op de 2e fret. Dit is een barrégreep; druk de snaren gelijkmatig in. Met 799777 vind je dezelfde akkoordklank op een andere plek van de hals.
Op ukelele kun je 4222 spelen. Begin op de 2e fret. Met 7675 verplaats je het akkoord naar een ander register.
Op piano speel je B-D-Fis. Zet B een octaaf hoger voor de eerste omkering: D-Fis-B. De noten blijven gelijk, maar een andere toon komt onderaan.
Welke omkeringen zijn er?
B is de grondtoon, D de kleine terts drie halve tonen hoger en Fis de kwint zeven halve tonen hoger.
- Grondligging: B-D-Fis, met B onderaan.
- Eerste omkering: D-Fis-B, met D onderaan. Schrijf Bm/D als D de laagste toon van het hele arrangement is.
- Tweede omkering: Fis-B-D, met Fis onderaan. Schrijf Bm/F# als Fis de laagste toon van het hele arrangement is.
Een slashakkoord noemt de toon in de bas, niet alleen de laagste noot onder één hand. Lees meer over akkoorden omkeren.
Wat verandert er tussen B mineur en majeur?
Houd B en Fis vast. Verhoog alleen de terts D met één halve toon en je krijgt B majeur. Speel ze na elkaar en luister naar de middelste noot. Bekijk ook B.
Bm
B - D - F#B
B - D# - F#